Belanghebbende, een groothandel in telecomapparatuur, leverde mobiele telefoons aan diverse buitenlandse afnemers en paste het btw-nultarief toe. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag op omdat hij meende dat belanghebbende deelnam aan een carrousel gericht op btw-fraude. Het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat sprake was van een frauduleuze carrousel en dat belanghebbende wist van de fraude, waardoor het nultarief geweigerd werd.
In cassatie stelde de Hoge Raad vast dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd op welke gronden het had vastgesteld dat de buitenlandse afnemers opzettelijk hun btw-verplichtingen niet waren nagekomen, en dat het oordeel dat belanghebbende wist van de fraude niet voldoende was onderbouwd. Tevens was het onduidelijk of alle afnemers in de keten fraudeplegers waren.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het Hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling met inachtneming van de motieven van dit arrest. De Staatssecretaris van Financiën werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.