Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Inleiding
3.Geding na cassatie
4.Geschil na verwijzing
5.Beoordeling van het geschil
behoordete weten dat deze transacties, alsmede de overige in geding zijnde transacties, deel uitmaakten van een keten van transacties waarin btw-fraude werd gepleegd; de sets geven immers geen blijk van een voor belanghebbende kenbare en onverklaarbare prijsval. Op grond van de verklaringen van [persoon B] en [persoon C] (G-06 en G-07) waaruit volgt dat [Bedrijf-2] vóór de samenwerking met [Bedrijf-3] nooit met [persoon D] heeft gehandeld, kan zulks evenmin geoordeeld worden omdat uit die verklaringen blijkt dat [persoon D] wel een bekende/vaste klant was van [Bedrijf-3] (onderdeel van de fiscale eenheid/belanghebbende).
6.Kosten en griffierecht
7.Beslissing
Bij verhindering van de voorzitter is deze uitspraak ondertekend door de oudste raadsheer.