ECLI:NL:HR:2018:53

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 januari 2018
Publicatiedatum
18 januari 2018
Zaaknummer
17/03865
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in loonheffingzaak

Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 28 juni 2017. Dit arrest betrof het hoger beroep tegen uitspraken van de rechtbank Den Haag over het door belanghebbende afgedragen bedrag aan loonheffing over de tijdvakken maart 2013 en maart 2014.

De Hoge Raad ontving het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën en heeft de ingediende middelen beoordeeld. De middelen konden niet tot cassatie leiden omdat zij geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling, zoals bedoeld in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest werd gewezen door de raadsheren Fierstra (voorzitter), Wortel en Beukers‑van Dooren en in het openbaar uitgesproken op 19 januari 2018.

Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende is ongegrond verklaard.

Uitspraak

19 januari 2018
Nr. 17/03865
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 28 juni 2017, nrs. BK-17/00054 en BK-17/00055, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 15/1411 en 14/1654) betreffende het door belanghebbende afgedragen bedrag aan loonheffing over de tijdvakken maart 2013 en maart 2014.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers‑van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 19 januari 2018.