ECLI:NL:HR:2018:557

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 april 2018
Publicatiedatum
10 april 2018
Zaaknummer
16/06262
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4.8.2 Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens ontbrekende pleitnota in hoger beroep en terugwijzing naar hof

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 7 december 2016. Namens verdachte werd cassatie ingesteld door advocaat J.M. Lintz. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging en terugwijzing van de zaak.

Het centrale geschilpunt is het ontbreken van de pleitnota die door de raadsvrouwe in hoger beroep is overgelegd maar niet is opgenomen in de aan de Hoge Raad gezonden stukken. Navraag bij het hof leerde dat deze pleitnota niet meer beschikbaar is, waardoor niet kan worden vastgesteld of er meer verweren of uitdrukkelijkere onderbouwingen zijn gevoerd dan in het arrest vermeld.

De Hoge Raad oordeelt dat dit onherstelbare verzuim in strijd is met een behoorlijke procesorde en leidt tot nietigheid van het onderzoek en de uitspraak. Daarom wordt het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen naar het hof voor een nieuwe behandeling op het bestaande hoger beroep.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens ontbrekende pleitnota en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.

Uitspraak

10 april 2018
Strafkamer
nr. S 16/06262
SB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 7 december 2016, nummer 22/002001-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren op [geboortedatum] 1982.

1.Geding in cassatie

Het beroep – dat kennelijk niet is gericht tegen de vrijspraak van het onder 2 tenlastegelegde – is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.M. Lintz, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur en aanvullende schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het tweede middel
2.1.
Het middel behelst de klacht dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak nietig zijn, aangezien de door de raadsvrouwe bij die gelegenheid aan het Hof overgelegde pleitnota zich niet bij de stukken van het geding bevindt.
2.2.
Blijkens het proces-verbaal van voormelde terechtzitting heeft de raadsvrouwe van de verdachte het woord tot verdediging gevoerd. Het proces-verbaal houdt - voor zover voor de beoordeling van het middel van belang - het volgende in:
"De raadsvrouw voert het woord tot verdediging overeenkomstig haar overgelegde en in het procesdossier gevoegde pleitnota."
2.3.
De in genoemd proces-verbaal vermelde pleitnota ontbreekt bij de aan de Hoge Raad gezonden stukken. Naar aanleiding van een door de raadsman op de voet van art. 4.8.2. van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden gedaan verzoek is bij het Hof nadere informatie ingewonnen. Op grond van die informatie moet worden aangenomen dat die pleitnota niet meer beschikbaar zal komen.
2.4.
Nu bedoelde pleitnota ontbreekt, valt niet na te gaan of ter terechtzitting meer verweren zijn gevoerd dan wel of aldaar meer uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht dan de in de bestreden uitspraak genoemde. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het, nu het onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt.
2.5.
Het middel is gegrond.

3.Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak – voor zover aan het oordeel van de Hoge Raad onderworpen – niet in stand kan blijven, het eerste middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak – voor zover aan zijn oordeel onderworpen –;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 april 2018.