Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Slotsom
4.Beslissing
10 april 2018.
Hoge Raad
De verdachte was ten tijde van de behandeling van zijn hoger beroep in detentie in een andere strafzaak. Desondanks verleende het Hof verstek tegen hem vanwege zijn niet-verschijnen. De Hoge Raad oordeelt dat dit onjuist was, omdat de verdachte niet vrijwillig afstand had gedaan van zijn recht op aanwezigheid bij de behandeling van zijn zaak.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing van de zaak naar het Hof 's-Hertogenbosch. De Hoge Raad volgt dit advies en vernietigt het arrest van 18 oktober 2016. De zaak wordt terugverwezen zodat het hoger beroep opnieuw kan worden behandeld met inachtneming van het aanwezigheidsrecht van de verdachte.
Deze uitspraak benadrukt het belang van het aanwezigheidsrecht bij de behandeling van strafzaken, ook wanneer de verdachte uit anderen hoofde gedetineerd is. Het Hof had geen verstek mogen verlenen zonder dat de verdachte vrijwillig afstand had gedaan van dit recht. Hiermee wordt het recht op een eerlijk proces gewaarborgd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling wegens onjuist verleend verstek.