Uitspraak
1.Geding in cassatie
2. Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
3 april 2018.
Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of de appeldagvaarding rechtsgeldig was betekend aan de verdachte. Het hof had geoordeeld dat de betekening rechtsgeldig was, gebaseerd op het BRP-adres van de verdachte zoals vermeld in de ID-staten SKDB van eind 2015 en begin 2016.
Echter, uit een latere ID-staat SKDB van april 2016 bleek dat de verdachte in de betreffende periode op een ander adres in de BRP stond ingeschreven. Dit riep ernstige twijfels op over de juistheid van de feitelijke grondslag waarop het hof zijn oordeel baseerde.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest en nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep. De Hoge Raad volgde dit advies en vernietigde het arrest van het hof, waarbij de dagvaarding in hoger beroep nietig werd verklaard vanwege de onjuiste feitelijke grondslag omtrent de betekening.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verklaart de appeldagvaarding in hoger beroep nietig wegens onjuiste feitelijke grondslag van het adres.