Conclusie
middelklaagt over het oordeel van het hof dat de dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig is betekend.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak oordeelt de Hoge Raad over de geldigheid van de betekening van een dagvaarding in hoger beroep. De dagvaarding was tevergeefs aangeboden op een BRP-adres van de verdachte zoals vermeld in oudere ID-staten SKDB, waarna deze werd uitgereikt aan de griffier met verzending van een afschrift naar dat adres. Later bleek uit een nieuwere ID-staat SKDB dat de verdachte in de betreffende periode op een ander adres stond ingeschreven.
Het hof had geoordeeld dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend op het oudere BRP-adres, maar de Hoge Raad stelt dat dit oordeel berust op een onjuiste feitelijke grondslag. De Hoge Raad verklaart daarom de dagvaarding nietig. De verdachte was bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken wegens diefstal, en het cassatieberoep was ingesteld tegen dit arrest.
De conclusie van de Procureur-Generaal benadrukt dat de Hoge Raad ambtshalve tot nietigverklaring kan overgaan vanwege de onjuiste adresgegevens bij betekening, zonder dat andere gronden voor vernietiging aanwezig zijn. Hiermee wordt het belang van correcte adresgegevens bij betekening onderstreept om de rechtsgeldigheid van procedures te waarborgen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig wegens onjuiste feitelijke grondslag van het BRP-adres bij betekening.