In deze zaak heeft de Staatssecretaris van Financiën beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 juli 2017, waarin een uitspraak van de Rechtbank Gelderland werd bevestigd over een informatiebeschikking aan belanghebbende.
De procedure omvatte het indienen van een middel door de Staatssecretaris, een verweerschrift door belanghebbende, een conclusie van repliek van de Staatssecretaris en een conclusie van dupliek van belanghebbende. De Hoge Raad heeft het middel inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat het niet tot cassatie kan leiden.
Volgens artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie behoefde het middel geen nadere motivering omdat het niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling noopt. De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om de proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard.
Het arrest is op 13 april 2018 in het openbaar uitgesproken door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel, in aanwezigheid van de waarnemend griffier F. Treuren. De Staatssecretaris van Financiën is veroordeeld tot betaling van griffierecht van € 501.