ECLI:NL:HR:2018:619

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 april 2018
Publicatiedatum
17 april 2018
Zaaknummer
16/05488
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 552a SvArt. 94 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping beroep in cassatie tegen beschikking inzake klaagschrift teruggave auto

De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Midden-Nederland over een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv, waarbij de klager verzocht om teruggave van een inbeslaggenomen auto aan zijn moeder, de eigenaar van het voertuig.

De Hoge Raad oordeelt dat artikel 552a Sv niet de mogelijkheid biedt om op verzoek van een belanghebbende de teruggave van het inbeslaggenomen goed aan een ander dan de eigenaar te gelasten. De rechtbank had het klaagschrift daarom niet-ontvankelijk moeten verklaren voor zover het betrekking had op de auto.

De Advocaat-Generaal had geconcludeerd dat de bestreden beschikking vernietigd zou moeten worden voor wat betreft de beslissing over de auto, maar dat de klager alsnog niet-ontvankelijk verklaard moest worden in het klaagschrift. De Hoge Raad volgt dit advies en verwerpt het beroep in cassatie zonder nadere motivering, aangezien het middel geen rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het klaagschrift wordt niet-ontvankelijk verklaard voor zover het betrekking heeft op de teruggave van de inbeslaggenomen auto aan een derde.

Uitspraak

17 april 2018
Strafkamer
nr. S 16/05488 B
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Lelystad, van 25 oktober 2016, nummer RK 16/2164, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft D.R. Kops, advocaat te Breukelen, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden beschikking zal vernietigen, maar uitsluitend voor wat betreft de beslissing op de inbeslaggenomen auto, en de klager alsnog niet-ontvankelijk zal verklaren in het beklag voor zover dat betrekking heeft op de inbeslaggenomen auto.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
17 april 2018.