ECLI:NL:PHR:2018:175

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
6 maart 2018
Publicatiedatum
6 maart 2018
Zaaknummer
16/05488
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt beschikking inzake teruggave inbeslaggenomen auto en verklaart klager niet-ontvankelijk

De zaak betreft een beklag over de teruggave van inbeslaggenomen goederen, waaronder een auto, aan de klager. De rechtbank Midden-Nederland had het klaagschrift gegrond verklaard voor een tablet en telefoons, maar ongegrond voor de auto. De klager stelde dat de auto eigendom was van zijn moeder, die instemde met teruggave aan de klager.

De advocaat van de klager voerde aan dat de moeder als belanghebbende de teruggave van de auto aan de klager wilde. De Hoge Raad stelt echter dat artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering niet toestaat dat teruggave van inbeslaggenomen goederen aan een ander dan de belanghebbende wordt gelast.

Daarom had de rechtbank de klager niet-ontvankelijk moeten verklaren in zijn beklag voor zover dit betrekking had op de auto. De Hoge Raad vernietigt de bestreden beschikking in zoverre en verklaart de klager niet-ontvankelijk in het beklag over de auto.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking over de auto en verklaart klager niet-ontvankelijk in het beklag over de auto.

Conclusie

Nr. 16/05488 B
Zitting: 6 maart 2018
Mr. T.N.B.M. Spronken
Conclusie inzake:
[klager]
Bij beschikking van 25 oktober 2016 heeft de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, het klaagschrift ex art. 552a Sv strekkende tot teruggave van onder klager inbeslaggenomen goederen gegrond verklaard voor zover het ziet op een tablet en telefoons en het klaagschrift voor het overige, onder meer ten aanzien van een auto, ongegrond verklaard.
Namens klager heeft mr. D.R. Kops, advocaat te Breukelen, één middel van cassatie voorgesteld.
Het
middelkomt op tegen de motivering van de ongegrondverklaring van het klaagschrift ten aanzien van de auto.
3.1. Aan de bespreking van het middel kom ik gelet op het volgende niet toe.
3.2. In het klaagschrift wordt gesteld dat de auto in eigendom toebehoort aan de moeder van klager. Blijkens het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer heeft de advocaat van de klager aangevoerd dat de moeder van de klager instemt met teruggave van de auto aan de klager en heeft de moeder van de klager als belanghebbende verklaard: “Ik wil mijn auto terug hebben.”
3.3. Kennelijk strekt het klaagschrift tot teruggave van de inbeslaggenomen auto via de klager aan zijn moeder. Art. 552a Sv biedt echter niet de mogelijkheid dat op verzoek van een belanghebbende teruggave van het inbeslaggenomene aan een ander wordt gelast. De rechtbank had de klager daarom niet-ontvankelijk moeten verklaren in zijn beklag ten aanzien van de inbeslaggenomen auto. [1]
4. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de bestreden beschikking zal vernietigen, maar uitsluitend voor wat betreft de beslissing op de inbeslaggenomen auto, en de klager alsnog niet-ontvankelijk zal verklaren in het beklag voor zover dat betrekking heeft op de inbeslaggenomen auto.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Vgl. HR 10 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT8932. Zie ook HR 11 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:655.