ECLI:NL:HR:2018:669

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 mei 2018
Publicatiedatum
1 mei 2018
Zaaknummer
17/01930
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in schadestaatprocedure wegens niet-nakoming vaststellingsovereenkomst

In deze zaak vorderen eisers, gezamenlijk aangeduid als RIV c.s., schadevergoeding wegens vermeende niet-nakoming van een vaststellingsovereenkomst door verweersters, Fandango c.s. De procedure startte bij de rechtbank Amsterdam, waarna het gerechtshof Amsterdam het geschil behandelde en een arrest wees op 17 januari 2017.

RIV c.s. stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof, maar Fandango c.s. verscheen niet in cassatie. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van RIV c.s. niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde RIV c.s. in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van Fandango c.s. op nihil werden begroot. Het arrest werd op 4 mei 2018 gewezen door de raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken door raadsheer T.H. Tanja-van den Broek.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

4 mei 2018
Eerste Kamer
17/01930
TT/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. ROYAL INVEST VASTGOED B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. C.S.G. Janssens,
t e g e n
1. TILAM VASTGOED B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. ORTELIUS VASTGOED B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
3. FANDANGO HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTERS in cassatie,
niet verschenen.
Eisers zullen hierna gezamenlijk worden aangeduid als RIV c.s. Verweersters zullen hierna gezamenlijk worden aangeduid als Fandango c.s.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/13/583534/HA ZA 15/285 van de rechtbank Amsterdam van 1 juli 2015 en 17 februari 2016;
b. het arrest in de zaak 200.192.424/01 van het gerechtshof Amsterdam van 17 januari 2017.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben RIV c.s. beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Fandango c.s. is verstek verleend.
De zaak is voor RIV c.s. toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping.
De advocaat van RIV c.s. heeft op 22 maart 2018 schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt RIV c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Fandango c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op
4 mei 2018.