Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Beslissing
15 mei 2018.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Deze zaak betreft het cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor het onttrekken van zijn minderjarige zoon aan het gezag van de moeder, in strijd met een rechterlijk vastgestelde omgangsregeling. Op 22 september 2014 haalde de verdachte zijn zoon zonder toestemming van de moeder van school en nam hem mee naar zijn woning, ondanks dat de hoofdverblijfplaats bij de moeder was vastgesteld en de omgangsregeling dit niet toestond.
De verdachte voerde aan dat het kortstondig niet naleven van de omgangsregeling niet gelijkstaat aan onttrekking aan het gezag, temeer daar de moeder bekend was met de verblijfplaats van het kind. Het hof verwierp dit verweer en stelde vast dat het gedrag van de verdachte wel degelijk een opzettelijke onttrekking aan het wettig gezag vormde.
De Hoge Raad bevestigde deze uitleg en verwees naar eerdere jurisprudentie die deze interpretatie ondersteunt. De klacht van de verdachte faalde, en het cassatieberoep werd verworpen. Tevens werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de procedure was overschreden, maar dat dit geen gevolgen had gezien de aard van de opgelegde straf.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor onttrekking van de minderjarige aan het gezag.