ECLI:NL:HR:2018:750

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 mei 2018
Publicatiedatum
22 mei 2018
Zaaknummer
16/04298
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 300 SrArt. 301 SvArt. 417 Sv
Verwijzingen
7 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in mishandelingszaak wegens juiste toepassing bewijsregels

In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van de verdachte verworpen tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag in een mishandelingszaak. Het geschil betrof de vraag of het hof, in combinatie met artikel 301 lid 4 Sv Pro, het politierapport als bewijs mocht gebruiken.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof had voldaan aan de vereisten van artikel 301 lid 4 juncto Pro artikel 417 Sv Pro doordat de voorzitter tijdens het onderzoek ter terechtzitting een korte inhoud van het voorbereidend onderzoek en overige stukken had medegedeeld. De verdediging had bovendien verklaard geen behoefte te hebben aan het verder voorhouden van de stukken uit het dossier.

Daarmee ontbrak het aan een in rechte te respecteren belang van de verdediging om te klagen dat de stukken niet volledig waren voorgelezen of dat de korte inhoud daarvan niet was medegedeeld. Het middel kon daarom niet tot cassatie leiden en de Hoge Raad zag geen aanleiding tot nadere motivering. Het beroep werd derhalve verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het hof heeft de bewijsregels correct toegepast.

Uitspraak

22 mei 2018
Strafkamer
nr. S 16/04298
IV/JHO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 10 augustus 2016, nummer 22/003028-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier A. El Mokhtari, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
22 mei 2018.