ECLI:NL:HR:2018:769

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 mei 2018
Publicatiedatum
24 mei 2018
Zaaknummer
17/05133
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen 2005

Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam inzake de aanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en premie Ziekenfondswet over het jaar 2005.

Eerder had de Hoge Raad een eerdere uitspraak van het Gerechtshof Den Haag vernietigd en de zaak verwezen naar het Hof Amsterdam voor verdere behandeling. In het tweede cassatieberoep werden vier middelen voorgesteld, waarop de Staatssecretaris van Financiën en belanghebbende respectievelijk verweerschrift en repliek indienden.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Tevens werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.

Het arrest werd gewezen door de raadsheren Van Loon, Van Kalmthout en Faase en in het openbaar uitgesproken op 25 mei 2018.

Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

25 mei 2018
nr. 17/05133
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X-Y]te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 19 september 2017, nrs. 16/00415 en 16/00416, betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2005 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de premie Ziekenfondswet.

1.Het eerste geding in cassatie

Bij arrest van de Hoge Raad van 16 september 2016, nr. 15/04913, ECLI:NL:HR:2016:2092, is vernietigd de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag (nrs. BK-15/00178 en BK‑15/00179), met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof Amsterdam (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.

2.Het tweede geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij vier middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

3.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer P.M.F. van Loon als voorzitter, en de raadsheren L.F. van Kalmthout en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 25 mei 2018.