Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
5 juni 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake illegale handel in gezelschapsvogels en deelneming aan een criminele organisatie. De verdachte voerde onder meer beroep op de zogenaamde 'vijfvogelregeling'.
De Hoge Raad overwoog dat het hof in zijn arrest voldoende heeft gemotiveerd dat alle voor invoer van gezelschapsvogels voorgeschreven maatregelen zijn genomen. Tevens werd het oogmerk van samenwerking niet als gericht op het plegen van misdrijven aangemerkt. De Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelt dat de middelen van cassatie niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is, aangezien geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het beroep wordt derhalve verworpen.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 5 juni 2018.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor illegale handel in gezelschapsvogels en deelneming aan een criminele organisatie.