Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2018:855

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juni 2018
Publicatiedatum
7 juni 2018
Zaaknummer
17/01539
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in geschil over vergoeding bij doorverkoop koopovereenkomst

In deze zaak stond de vraag centraal of naast de koopsom ook een vergoeding voor kosten en gederfde winst verschuldigd was bij doorverkoop van een koopovereenkomst. De Hoge Raad verwijst naar zijn eerdere arrest van 5 september 2014 (ECLI:NL:HR:2014:2630) en het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 december 2016, waarop dit arrest voortbouwt.

Eiseres stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, dat haar vordering afwees. De Hoge Raad oordeelt dat de klachten in het cassatiemiddel niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt eiseres tot betaling van de proceskosten in cassatie, inclusief verschotten en salaris advocaat, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling. Hiermee wordt de uitspraak van het hof bekrachtigd en blijft de uitleg van de vergoeding bij doorverkoop ongewijzigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

8 juni 2018
Eerste Kamer
17/01539
LZ/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. W.H. van Hemel,
t e g e n
RESTYLE GROEP NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Almelo,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en RGN.

1.Het geding

Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
a. zijn arrest in de zaak 13/04164, ECLI:NL:2014:2630, van 5 september 2014;
b. het arrest in de zaak 200.185.325/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 december 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het tweede geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
RGN heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor RGN toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiseres] heeft op20 april 2018 schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van RGN begroot op € 6.575,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op
8 juni 2018.