ECLI:NL:HR:2018:898

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juni 2018
Publicatiedatum
12 juni 2018
Zaaknummer
16/05084
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel

Betrokkene heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 september 2016, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel was toegewezen.

De klacht richtte zich op het oordeel van het hof dat niet (afdoende) had gereageerd op het feit dat er geen eerdere hennepoogst zou hebben plaatsgevonden. De Hoge Raad overweegt dat het middel niet leidt tot cassatie en dat geen nadere motivering vereist is, omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad bevestigt dit en verwerpt het cassatieberoep, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontnemingsmaatregel van het hof.

Uitspraak

12 juni 2018
Strafkamer
nr. S 16/05084 P
ARA/JHO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 16 september 2016, nummer 21/002734-15, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft R.P. van der Graaf, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier A. El Mokhtari, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 juni 2018.