“9. Kortheidshalve heb ik niet alle verklaringen opgenomen in mijn pleitnota, maar het punt is denk ik duidelijk: de duur en rol van cliënt was zeer beperkt, zoals hij zelf tevens heeft verklaard. Dat is van belang voor de ten laste gelegde periode, maar ook voor de strafmaat waar de verdediging later nog over komt te spreken.
10. Cliënt heeft zelf in ieder geval op de zitting van 3 augustus 2017 verklaard (pv-zitting): "Ik heb in een kortere periode cocaïne verkocht dan mij onder 1. ten laste wordt gelegd, te weten van
begin 2017 tot 1 mei 2017".
11. Als we kijken naar het strafdossier, dan is daar een kortere pleegperiode in terug te lezen dan zelfs na de wijziging tenlastelegging.
12. Er zijn maar weinig getuigen die specifiek verklaren over de periode waarin cliënt in beeld is geweest.
13. Getuige [betrokkene 7] wordt op 17 mei 2017 gehoord over de volgorde waarin zij de dealers heeft gezien. Zij verklaart: "
Ongeveer een half jaar geledenkwam er ook een slanke, donkere jongen(RM november-december dus).
Kort nadie neger kwam er ook nog een hele dunne blanke jongen(opmerking RM
januari-februarizou cliënt dus moeten zijn begonnen)".
14. Ook getuigen [betrokkene 6] , [betrokkene 18] , [betrokkene 19] en [betrokkene 20] verklaren over de volgorde waarin zij de verschillende dealers hebben gezien:
“9. Getuige [betrokkene 6] :
"Ik noemde ze allemaal [medeverdachte 3] . Er was ook iemand die ik [medeverdachte 2] noemde. In totaal heb ik drie verschillende personen gezien. (...) Twee waren dik en 1 was een donkere man. Die donkere man is heel licht getint. (...) In het begin kwam [medeverdachte 2] altijd. (...) Ik denk datsinds een paar maandendie andere jongens ook langskomen".Bij de fotoherkenning herkent hij cliënt als de licht getinte jongen.
Getuige [betrokkene 18] :
"Ik denk dat ik voor het eerst in de zomer van 2016 van hun heb gekocht, dus in juni of juli. (...) Er kwamen in totaal 3 verschillende personen om de coke te brengen. Er waren twee dikken, die werden allebei Bolle genoemd.Er was ook nog een dunne jongen met stekeltjes haar. (...) De Bolle zonder pet kwam in het begin en na een tijdje kwam die Bolle met pet er bij.Op het laatst kwam ook die dunne jongen langs".
Getuige [betrokkene 19] :
"In het begin kwam een lange man, blanke, langs. Later kwamen de twee dikke mannen langs. (...) Een half tot driekwart jaar kocht ik van die lange. Hierna kwam één van die dikke jongens. Ongeveer een jaar later kwam de tweede dikke jongen in beeld. (...) Later kwam ook een donkere jongen er bij. (...) Er was ook nog een jonge jongen er bij.Deze kwam in beeld toen de lange man niet meer kwam".
Getuige [betrokkene 20] : "Het meeste contact had ik met [medeverdachte 2] , of in ieder geval zo noemde hij zich. Dit was de oudste van de twee dikkere jongens. In het begin kocht ik het meeste van hem. Later kregen zij het kennelijk drukker, toen kwam de andere bolle jongen er bij, vervolgens de donkere jongen
en toen die met het stekeltjes haar" (p. 1738, verhoor d.d. 4 september 2017).
Als hem vervolgens een foto van cliënt wordt getoond verklaart hij:
"Deze jongen, die herken ik als de jongen met het stekeltjes haar, zijn naam ken ik niet. Hij reed meestal in oude auto's. Ik denk dat ikeen keer of 5heb gekocht van hem".
15. Bij deze verhoren is opvallend dat cliënt steeds
als laatste wordt genoemd. Ook wordt door meerdere personen omschreven dat cliënt enkel in de
laatste maandendrugs dealde.
16. Ondanks dat er niet specifiek is genoemd naar een periode waarin zij drugs van cliënt zouden hebben afgenomen, komen de verklaringen overeen en blijkt dat cliënt enkel in de afgelopen maanden ivoor de aanhouding drugs heeft gedeald.
17. Verdachte [betrokkene 12] is de één van de twee afnemer die wel specifiek, verklaart vanaf wanneer hij cliënt heeft gezien. Hij neemt al zo'n acht maanden af bij de groep. Over cliënt verklaart hij:
"Ik kocht ook van[verdachte] vanaf begin januari 2017"(p.62). Heel specifiek dus.
18. Getuige [betrokkene 21] is de andere afnemer die zich nog specifiek kan herinneren vanaf wanneer hij cocaïne bij cliënt heeft afgenomen. Hij verklaart als hem de foto van cliënt wordt getoond:
"Dit is volgens mij de jongen die ik omschreef als de nette jongen. (...) Ik denk dat hijvanaf begin dit jaardrugs verkocht. Daarvoor heb ik hem niet gezien"(p. 1724). Dat zou dan begin 2017 moeten zijn geweest.
19. Daar komt bij dat in de Ipad van verdachte [betrokkene 11] een lijst met gebruikers is terug te vinden, welke nog moeten betalen. Cliënt staat tot en met december 2016 nog in die lijst met gebruikers (p. 320 - 322). Ook dat onderbouwt het verweer van de verdediging, dat cliënt op dat moment nog niet aan het dealen was maar enkel gebruiker was, zoals cliënt ook op de zitting van 3 augustus 2017 heeft verklaard.
20. Ook alle tapgesprekken waarin over cliënt wordt gesproken of die aan cliënt worden toegeschreven, zijn vanaf februari 2017. Kijk bijvoorbeeld naar het persoonsdossier van cliënt op pagina 984 e.v. Allemaal gesprekken vanaf februari 2017.
Conclusie: kortere pleegperiode
21. Dit alles toont aan dat cliënt niet vanaf 1 augustus 2016 cocaïne dealde, zoals ten laste gelegd, maar pas vanaf
januari/februari 2017. De rechtbank heeft deze periode niet gevolgd door enkele wankele overwegingen op pagina 4 van het vonnis.
22. Allereerst wordt gesteld dat de lezing van cliënt, dat hij eerst afnemer was bij de medeverdachte en daarom op een lijst stond, niet aannemelijk is omdat dergelijke grote hoeveelheden niet duiden op eigen gebruik maar eerder op handel. Dat hangt er uiteraard van af hoeveel je gebruikt. Bovendien is het van gebruikers bekend dat zij samen met andere snuiven (dit blijkt nota bene uit enkele verhoren in deze zaak). Tel daarbij op dat het gespreid is gekocht qua dagen (en dus in één keer goedkoper kopen/inslaan en dan een aantal dagen gebruiken), dan kun je als rechtbank niet deze lezing zomaar terzijde schuiven.
23. Dat de Rechtbank steun probeert te vinden in twee getuigenverklaringen zegt ook weinig nu juist meerdere verklaringen deze periode ontkrachten en van afnemers toch wel bekend is dat hun geheugen niet altijd even scherp is.
24. Daar komt bij dat de verklaring van getuige [betrokkene 17] de verklaring van cliënt helemaal niet tegenspreekt. Hij verklaart wel dat hij het vaakst van cliënt kocht, maar hij verklaart niet dat dat al vanaf december 2016 (de start van zijn afnameperiode) was (p. 1498-1499).
25. De enige van de vele afnemers die zijn gehoord, die de verklaring van cliënt tegenspreekt, is getuige [betrokkene 15] . Getuige [betrokkene 15] verklaart dat hij al ongeveer een jaar bij de jongen die hij op de foto herkent als zijnde cliënt afneemt. Die verklaring is echter, gelet op alle bewijsstukken in het dossier, volstrekt ongeloofwaardig. Alle afnemers spreken over een veel kortere periode en de telefoongegevens duiden ook niet op een langere periode. Hij is de enige die in strijd met het omvangrijke dossier aan afnemers verklaart over een periode van een jaar.
26. Ik verzoek u cliënt derhalve voor het overige deel van de pleegperiode vrij te spreken en enkel te veroordelen voor de periode van januari of februari 2017 t/m 1 mei 2017.”