Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de middelen
4.Beslissing
15 juni 2018.
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een verzoek tot beëindiging van partneralimentatie tussen de man en de vrouw. De rechtbank Den Haag en het gerechtshof Den Haag hebben eerder beslissingen genomen over dit verzoek, waarbij het hof op 31 mei 2017 een beschikking gaf die onderwerp is van het cassatieberoep.
De man heeft tegen deze beschikking beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad, terwijl de vrouw geen verweerschrift heeft ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van de man heeft gereageerd.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is geen nadere motivering vereist omdat de klachten niet leiden tot rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep van de man verworpen en de beschikking van het hof bevestigd. De uitspraak is gedaan door de raadsheren van Buchem-Spapens, Snijders en Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door vice-president de Groot op 15 juni 2018.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en de beschikking van het hof bevestigd.