ECLI:NL:HR:2018:945

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 juni 2018
Publicatiedatum
19 juni 2018
Zaaknummer
17/02507
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 SvArt. 472 SvArt. 138a Sr
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening veroordeling medeplegen kraken wegens nieuw bewijs

De Hoge Raad behandelde een aanvraag tot herziening van een definitief vonnis van de Politierechter in Den Haag, waarbij de aanvraagster was veroordeeld voor medeplegen van kraken. De aanvraag berustte op een nieuw gegeven, namelijk een verklaring van een verbalisant die niet bekend was bij de rechter tijdens het oorspronkelijke proces. Deze verklaring wekte het ernstige vermoeden dat de Politierechter, indien hij hiermee bekend was geweest, tot vrijspraak van de aanvraagster zou zijn gekomen.

De Advocaat-Generaal concludeerde dat de aanvraag gegrond verklaard moest worden en dat de tenuitvoerlegging van het vonnis geschorst moest worden. De Hoge Raad volgde deze conclusie en oordeelde dat het nieuwe gegeven voldoet aan de voorwaarden van artikel 457 Sv Pro, eerste lid, aanhef en onder c, omdat het ernstige twijfel werpt op de oorspronkelijke veroordeling.

De zaak werd vervolgens verwezen naar het Gerechtshof Den Haag voor hernieuwde berechting en afdoening op basis van het nieuwe bewijs. Dit arrest werd uitgesproken door de vice-president J. de Hullu, samen met raadsheren A.J.A. van Dorst en Y. Buruma.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond en verwijst de zaak naar het hof voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

19 juni 2018
Strafkamer
nr. S 17/02507 H
ARA/IV
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank Den Haag van 22 juli 2015, nummer 09/286582-14, ingediend door W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, namens:
[aanvraagster], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992.

1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Politierechter heeft de aanvraagster ter zake van "medeplegen van kraken" veroordeeld tot een geldboete van € 500,-, subsidiair 10 dagen hechtenis.

2.De aanvraag tot herziening

2.1.
De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.2.
De aanvraag berust op de stelling dat sprake is van een gegeven als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv. In de aanvraag wordt daartoe onder meer aangevoerd dat de Politierechter de aanvraagster zou hebben vrijgesproken van het haar tenlastegelegde indien hij bekend zou zijn geweest met de getuigenverklaringen die nadien zijn afgelegd.

3.De conclusie van de Advocaat-Generaal

De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvraag gegrond zal verklaren, de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de in de aanvraag vermelde uitspraak zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Hof Den Haag, opdat de zaak op de voet van art. 472, tweede lid, Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.

4.Beoordeling van de aanvraag

4.1.
Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv Pro slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid tot - voor zover hier van belang - vrijspraak van de gewezen verdachte.
4.2.
Op de door de Advocaat-Generaal in zijn conclusie vermelde gronden moet het in de aanvraag aangevoerde worden aangemerkt als een gegeven als voormeld.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
verklaart de aanvraag tot herziening gegrond;
beveelt voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de Politierechter;
verwijst de zaak naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op de voet van art. 472, tweede lid, Sv opnieuw zal worden berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
19 juni 2018.