ECLI:NL:HR:2018:993

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 juni 2018
Publicatiedatum
25 juni 2018
Zaaknummer
16/05697
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 341.1 Sr
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak medeplegen bedrieglijke bankbreuk

In deze zaak stond verdachte terecht voor medeplegen van bedrieglijke bankbreuk, zoals omschreven in artikel 341, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had verdachte eerder veroordeeld, waarna hij in cassatie ging bij de Hoge Raad.

De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de ingebrachte middelen niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet noodzakelijk was, omdat de middelen geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.

Het arrest werd gewezen door de vice-president van de Hoge Raad, W.A.M. van Schendel, samen met raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien. Het beroep werd verworpen, waarmee de eerdere uitspraak van het gerechtshof in stand bleef.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

26 juni 2018
Strafkamer
nr. S 16/05697
SA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 16 november 2016, nummer 21/001677-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1950.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben J.W.E. Luiten en R.I. Kool, beiden advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in het bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
26 juni 2018.