Conclusie
Nummer 19/00684
Bewezenverklaring, bewijsmiddelen en relevante overwegingen
- de elektronische aangiftebiljetten inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 2010 en 2011 en 2012 ten name van [betrokkene 2] (DOC-020, DOC-023 en DOC-024) en
- de elektronische aangiftebiljetten inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 2009 en 2010 en 2011 en 2012 ten name van [betrokkene 3] (DOC-028, DOC-031,DOC-032 en DOC-033) en
- de elektronische aangiftebiljetten inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 2009 en 2010 en 2011 en 2012 ten name van [betrokkene 4] (DOC-013, DOC-014, DOC-015 en DOC-016) en
- de elektronische aangiftebiljetten inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 2009 en 2010 en 2011 en 2012 ten name van [betrokkene 5] (DOC-072, DOC-073, DOC-074 en DOC-075) en
- de elektronische aangiftebiljetten inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 2009 en 2010 en 2012 en 2013 ten name van [betrokkene 6] (DOC-055, DOC-056, DOC-058 en DOC-071) en
- de elektronische aangiftebiljetten inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 2009 en 2010 en 2012 ten name van [betrokkene 12] (DOC-107, DOC-108 en DOC-110) en
- de elektronische aangiftebiljetten inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 2010 en 2011 en 2012 ten name van [betrokkene 7] (DOC-145, DOC-146 en DOC-151) en
- de elektronische aangiftebiljetten inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 2009 en 2010 en 2011 en 2012 ten name van [betrokkene 8] (DOC-046, DOC-050, DOC-051, DOC-052 en DOC-054),
Helaas lukt het niet altijd. Ik zeg ook altijd tegen de klant, ik ga het voor je proberen, maar de garantie dat een aangifte wordt geaccepteerd, krijg je van de Belastingdienst zelf. Tot twee jaar geleden had je wel regels met betrekking tot de aftrekposten, maar de werkelijkheid was dat veel meer werd toegestaan door de Belastingdienst. De aangiften werden steeds geaccepteerd. Ik ga mee met het acceptatiebeleid van de Belastingdienst. Wat accepteert de Belastingdienst wel en wat niet. Dit is voor mij leidend met betrekking tot wat ik in de aangifte wel of niet ga opnemen. In principe zijn de regels leidend, maar dan heb je daarnaast ook nog altijd de redelijkheid en billijkheid. Je moet gewoon onderhandelen met een belastingambtenaar. Zodra de regels de redelijkheid en billijkheid schaden, kun je afwijken. Dit is een grijs gebied.
Dit aangiftebiljet houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Dit aangiftebiljet houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Dit aangiftebiljet houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Dit aangiftebiljet houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Dit aangiftebiljet houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
- Uitgaven voor woningaanpassingen: € 250,-.
- Uitgaven voor vervoer i.v.m. ziekte of invaliditeit: € 200,-.
- Dieetkosten: € 150,-.
- Extra uitgaven voor kleding en beddengoed: € 300,-.
Dit aangiftebiljet houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Dit aangiftebiljet houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
€1.256,-, waarvan:
- Uitgaven voor hulpmiddelen: € 647,-.
- Uitgaven voor vervoer in verband met ziekte of invaliditeit: € 100,-.
Dit aangiftebiljet houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Dit aangiftebiljet houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Dit aangiftebiljet houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
€788,-.
- Steunzolen.
- Gehoorapparaten.
- Kunstgebit en prothesen.
- Blindengeleidehond.
- Rolstoel en traplift.
- Onderhoud, reparatie en verzekeringen van deze hulpmiddelen.
Dit aangiftebiljet houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Dit aangiftebiljet houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Dit aangiftebiljet houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Dit aangiftebiljet houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Dit aangiftebiljet houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Dit aangiftebiljet houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
- Uitgaven voor hulpmiddelen:
€200,-.
- Extra uitgaven kleding en beddengoed: € 600,-.
Dit aangiftebiljet houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
- Kosten medicijnen: € 50,-
- Extra uitgaven voor kleding en beddengoed: € 300,-.
Dit aangiftebiljet houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Dit aangiftebiljet houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
- Extra uitgaven voor kleding en beddengoed: € 300,-.
- Genees- en heelkundige hulp: € 100,-.
Dit aangiftebiljet houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
- Dieetkosten: € 100,-.
- Extra uitgaven voor kleding en beddengoed: € 600,-.
- Genees- en heelkundige hulp: € 331,-.
Dit aangiftebiljet houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Opgave totaal aftrekbaar bedrag specifieke zorgkosten (na aftrekking drempel): € 828,-, waarvan (vóór aftrekking drempel) kosten medicijnen: € 2.156,-.
Opgave andere giften culturele instellingen: € 480,- aan moskee [C] .
Dit aangiftebiljet houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Dit e-mailbericht houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Dit aangiftebiljet houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Dit aangiftebiljet houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
- Dieetkosten: € 100,-.
- Kosten medicijnen: € 50,-.
- Genees- en heelkundige hulp: € 100,-.
Dit aangiftebiljet houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Dit aangiftebiljet houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
- Opleiding ICT: € 750,-.
- Cartridges: € 218,-.
- Papier: € 102,-.
Dit aangiftebiljet houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Dit aangiftebiljet houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
- Cartridges HP: € 100,-.
- Printer: € 140,-.
- Afschrijving 30% van 1500: €450.
Deze brochure houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
- Lesgeld, collegegeld of instellingscollegegeld.
- Kosten voor studieboeken of vakliteratuur.
- Afschrijving van duurzame goederen zoals een computer indien u dat goed (ook) gebruikt voor uw studie of opleiding.
- Kosten voor EVC-procedures (Erkenning Verworven Competenties).
Deze brochure houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
- Lesgeld, collegegeld of instellingscollegegeld.
- Kosten voor studieboeken of vakliteratuur.
- Kosten voor EVC-procedures (Erkenning Verworven Competenties).
- Afschrijving van duurzame goederen zoals een computer indien u dat goed (ook) gebruikt voor uw studie of opleiding. U mag deze afschrijvingen alleen als kosten aftrekken als het gaat om een duurzaam goed dat personen die deze studie of opleiding niet volgen gewoonlijk niet kopen. Op grond van het bovenstaande komt de afschrijving van computers en randapparatuur meestal niet voor aftrek in aanmerking.
• Afschrijving van duurzame goederen die speciaal voor de studie of opleiding moesten worden gekocht (uitgezonderd, computerapparatuur, waaronder tablets, notebooks, internetabonnementen en randapparatuur).
Dit aangiftebiljet houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Dit aangiftebiljet houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Dit aangiftebiljet houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Dit aangiftebiljet houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Dit aangiftebiljet houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
• Afschrijving van duurzame goederen die speciaal voor de studie of opleiding moesten worden gekocht (uitgezonderd, computerapparatuur, waaronder tablets, notebooks, internetabonnementen en randapparatuur).’
Ten aanzien van het opzetDe rechtbank stelt voorop dat voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg - zoals hier het indienen van valse aangiften IB/PVV - aanwezig is indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dit gevolg zal intreden.
Verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de personen voor wie hij de aangifte invulde verantwoordelijk zijn voor hun eigen aangifte en dat hij slechts invulde wat hem werd verteld. Gelet op de specifieke expertise van verdachte afgezet tegen de onervarenheid van zijn klanten op dit gebied en het feit dat hij tegen betaling de aangifte invulde, mochten zijn klanten enige deskundigheid van hem verwachten alsmede dat hij hun aangiften naar waarheid invulde conform de geldende regels. Niet alleen is gebleken dat verdachte de regels interpreteerde op een wijze die niet was toegestaan, tevens is gebleken dat bedragen en kostenposten werden opgevoerd die niet correspondeerden met de werkelijkheid. Bij twijfelgevallen had het op de weg van verdachte gelegen nadere informatie in te winnen of bewijsstukken op te vragen ter onderbouwing van een kostenpost, en, bij gebreke van bewijsstukken, de betrokken aftrekpost niet in de aangifte op te nemen. Verdachte heeft zowel het een als het ander nagelaten. Bovendien is gebleken dat veel klanten van verdachte bij hun nieuwe belastingadviseur te horen hebben gekregen dat geen kosten kunnen worden afgetrokken, terwijl dat bij verdachte wel kon. De rechtbank acht dit typerend voor de werkwijze van verdachte, die zich ruimere bevoegdheden toedichtte met betrekking tot de interpretatie van de belastingregels en de toepassing daarvan.
Verdachte heeft voorts verklaard dat hij niet alleen zoveel mogelijk kosten aftrekbaar probeerde te maken voor zijn klanten, maar ook dat de Belastingdienst regels had, maar dat de werkelijkheid was dat veel meer werd toegestaan. De aangiften werden immers steeds geaccepteerd. Verdachte is kennelijk van mening dat, indien een aangifte niet wordt gecontroleerd en/of gecorrigeerd, de aangifte ook volgens de regels is ingevuld. Hiermee lijkt verdachte er vanuit te gaan dat de Belastingdienst elke aangifte nauwgezet controleert, hetgeen een illusie is, gelet op het aantal aangiften dat jaarlijks wordt ingediend en de capaciteit van de Belastingdienst om deze aangiften te controleren. Verdachte wordt voorts geacht bekend te zijn met de werkwijze van de Belastingdienst aangaande de steekproefsgewijze controle op belastingaangiften.
‘Strafbaarheid van de verdachte
Bespreking van de cassatiemiddelen
eerstemiddel klaagt dat het hof een onjuiste uitleg heeft gegeven aan het in art. 69 AWR Pro opgenomen bestanddeel ‘degene die … een bij de belastingwet voorziene aangifte … doet’. Het verweer dat de verdachte in zijn hoedanigheid van belastingadviseur/belastingconsulent niet de voor strafbaarheid vereiste kwaliteit bezit, zou zijn verworpen op gronden die deze beslissing niet kunnen dragen. De strafbaarstelling van art. 69, tweede lid, AWR zou zich richten tot degene die aangifte doet. Gewezen wordt op HR 17 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU8286,
NJ2006/575, waarin zou zijn bepaald ‘dat de wettelijke aangifteplicht rust op degene aan wie het aangiftebiljet is uitgereikt en niet ook op degene die namens de belastingplichtige de aangifte feitelijk heeft gedaan, zoals een belastingadviseur’. Dit betekent volgens de steller van het middel dat degene die feitelijk de aangifte voor de belastingplichtige heeft ingevuld, in beginsel niet als pleger van het onjuist of onvolledig doen van de aangifte kan worden aangemerkt. Aldus zou ’s hofs oordeel op dit punt blijk geven van een onjuiste rechtsopvatting en/of onbegrijpelijk zijn.
NJ2020/157 m.nt. De Bont van belang. Daarin had het hof de verdachte vrijgesproken van een tenlastelegging waarin de verdachte, in de bewoordingen van het hof, werd verweten ‘dat hij zich samen met de medeverdachte, althans alleen, heeft schuldig gemaakt aan het opzettelijk doen van onjuiste of onvolledige belastingaangiften op naam van de medeverdachte en/of [A], strafbaar gesteld bij artikel 69, tweede lid, van de Algemene Wet inzake rijksbelastingen’. Het hof had aan de vrijspraak van het plegen ten grondslag gelegd dat ‘de strafbepaling van artikel 69, tweede lid, van de AWR zich richt tot de aangifteplichtige en dat anderen slechts als deelnemer aan het door de aangifteplichtige begane delict kunnen worden aangemerkt (vgl. Hoge Raad 17 oktober 2006, LJN AU8286, NJ 2006, 575).’ Het openbaar ministerie had tegen deze vrijspraak cassatie ingesteld.
De omstandigheid dat de in art. 8, eerste lid, AWR bedoelde uitnodiging tot het doen van aangifte (nog) niet was ontvangen, staat op zichzelf beschouwd niet in de weg aan het oordeel dat sprake is van een ‘bij de belastingwet voorziene aangifte’ in de zin van art. 69, tweede lid, AWR (vgl. HR 5 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP3746, rov. 2.3 en HR 12 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ3673, rov. 4.2).
kunnenkomen tot het bewijs van (kort gezegd) diefstal met braak in vereniging gepleegd’. Hoewel het hof de verdachte van het medeplegen had vrijgesproken en het oordeel of van bewuste en nauwe samenwerking sprake is geweest ‘is verweven met vaststellingen van feitelijke aard’, was een ‘rechtens te respecteren belang bij cassatie’ volgens Hofstee ‘bepaald niet evident’. Nu een toelichting op dat belang ontbrak, behoefde het middel volgens Hofstee niet tot cassatie te leiden. Uw Raad oordeelde dat de verdachte op de in de conclusie van de A-G vermelde gronden ‘onvoldoende rechtens te respecteren belang bij vernietiging van de bestreden uitspraak op dit punt’ had.
NJ1991/276. Daarin was ten laste van de verdachte onder meer bewezenverklaard dat hij zijn echtgenote had ‘doen plegen het delict van opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte, nl. aangiften inkomstenbelasting 1980 en 1981 en 1982 ten name van A. B-K., onjuist en onvolledig doen’. Het hof had overwogen dat ‘bij verdachtes echtgenote de opzet tot die onjuiste en onvolledige invulling heeft ontbroken. Op grond daarvan is verdachtes echtgenote straffeloos terzake van het opzettelijk doen van een onjuiste opgave en kan worden bewezen verklaard en gekwalificeerd, dat verdachte zijn echtgenote het ‘opzettelijk een onjuiste aangifte doen’, als hierna bewezen verklaard en gekwalificeerd onder 2 subs., heeft doen plegen. Daaraan doet niet af, dat ook het niet opzettelijk doen van een onjuiste opgave strafbaar is’. [3]
tweedemiddel klaagt dat ’s hofs oordeel dat de verdachte telkens ‘opzettelijk’ een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist heeft gedaan blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting en/of onbegrijpelijk is, in aanmerking genomen dat de verdachte telkens aan zijn cliënten vroeg hem juist en volledig te informeren en hij zijn cliënten er telkens op wees dat zij bewijsstukken (bonnetjes etc.) moesten bewaren om – wanneer de belastingdienst daarnaar zou vragen – te kunnen aantonen dat zij als aftrekpost opgevoerde kosten daadwerkelijk hadden gemaakt. Dat de verdachte in veel gevallen geen bewijsstukken heeft gezien en in die gevallen de bedragen heeft geschat en voorts de toepasselijke belastingregels niet in alle gevallen goed zou hebben geïnterpreteerd, zou niet (zonder meer) duiden op het bewust aanvaarden van een aanmerkelijke kans op het doen van een valse aangifte.