Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beslissing
26 juni 2018.
Hoge Raad
De betrokkene stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 februari 2017, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel was toegewezen wegens medeplegen van flessentrekkerij, gewoontewitwassen en deelname aan een criminele organisatie.
De middelen van cassatie richtten zich op het voordeel dat de betrokkene daadwerkelijk zou hebben behaald en op het draagkrachtverweer. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is, aangezien geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.
Het arrest is gewezen door de vice-president van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Buruma en van Strien, en uitgesproken op 26 juni 2018.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontnemingsvordering wegens medeplegen flessentrekkerij en witwassen.