In deze zaak heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 augustus 2018, betreffende een verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2014.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na gehoord te hebben de Procureur-Generaal, heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak werd gedaan door raadsheer Wortel als voorzitter en raadsheren Beukers-van Dooren en Cools, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Treuren, en openbaar uitgesproken op 25 januari 2019.