ECLI:NL:HR:2019:1004
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- R.J. Koopman
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van verzoek tot herziening arrest Hoge Raad in belastingzaak
In deze zaak heeft belanghebbende een verzoek tot herziening ingediend tegen een eerder arrest van de Hoge Raad van 5 april 2019. Het verzoek richt zich op een belastingrechtelijk geschil en is beoordeeld door de Hoge Raad op ontvankelijkheid.
De Hoge Raad oordeelt dat het verzoek geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat het verzoekschrift geen feiten of omstandigheden bevat zoals vereist in artikel 8:119, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor kan het verzoek niet leiden tot herziening van het eerder gewezen arrest.
Gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal verklaart de Hoge Raad het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk. Het arrest is op 21 juni 2019 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.