ECLI:NL:HR:2020:566
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J. Koopman
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot herziening arrest Hoge Raad niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft bij de Hoge Raad een verzoek tot herziening ingediend van het arrest van 21 juni 2019. De griffier heeft belanghebbende op 1 januari 2020 schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken. Ondanks ontvangst van deze kennisgeving is het griffierecht niet betaald.
Vervolgens heeft de griffier op 3 februari 2020 belanghebbende nogmaals de gelegenheid gegeven om een verklaring te geven voor het niet tijdig betalen van het griffierecht. De door belanghebbende aangevoerde redenen in de brief van 14 februari 2020 waren onvoldoende om het verzuim te rechtvaardigen.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, tweede volzin, in verbinding met artikel 8:119, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht, verklaart de Hoge Raad het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is uitgesproken op 3 april 2020 door de vice-president en twee raadsheren.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.