ECLI:NL:HR:2019:1012
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie tegen onbevoegd verklaarde uitspraak niet-ontvankelijk
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, waarin deze zich onbevoegd verklaarde om te oordelen over het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam op verzet. De Hoge Raad toetst de ontvankelijkheid van het cassatieberoep aan artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie, dat bepaalt dat cassatie alleen mogelijk is indien wettelijk bepaald.
In deze zaak ontbreekt een wettelijke bepaling die cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep waarin deze zich onbevoegd verklaart. Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is gewezen door raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 21 juni 2019.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan wettelijke grondslag.