ECLI:NL:HR:2019:1034

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 juni 2019
Publicatiedatum
25 juni 2019
Zaaknummer
18/01243
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 141 SrArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt bewijsgebruik getuigenverklaringen bij openlijke geweldpleging

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake openlijke geweldpleging. De verdachte was in hoger beroep veroordeeld en stelde onder meer dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het gebruik maakte van verklaringen van een getuige die eerst bij de politie onder een nummer was gehoord en later als beperkt anonieme getuige door de rechter-commissaris.

De Hoge Raad overwoog dat het hof een bijzondere motiveringsplicht had ten aanzien van het bewijsgebruik van deze getuigenverklaringen. Echter, het verzuim om dit expliciet te motiveren leidt niet tot cassatie indien het bewezenverklaring ook zonder deze verklaringen toereikend is gemotiveerd.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van de verdediging niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het cassatieberoep werd verworpen.

De uitspraak bevestigt de jurisprudentie omtrent de motiveringsplicht bij bewijsgebruik van verklaringen van getuigen die in verschillende hoedanigheden zijn gehoord en benadrukt de terughoudendheid van de Hoge Raad bij het toetsen van motiveringsklachten zonder belang.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/01243
Datum25 juni 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 21 augustus 2017, nummer 21/001808-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
25 juni 2019.