ECLI:NL:HR:2019:1038

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 juni 2019
Publicatiedatum
25 juni 2019
Zaaknummer
18/02249
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 289 Sr
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak medeplegen poging tot moord met explosief en schietincident

De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van medeplichtigheid aan medeplegen van poging tot moord. Het incident betrof het plaatsen van een explosief onder een auto met twee inzittenden in Almere, gevolgd door beschieting vanuit een andere auto.

In cassatie werd onder meer betwist of het hof de feitelijke toedracht mocht uitbreiden, of uit het bewijs volgde dat verdachte nauw en bewust had samengewerkt bij het plaatsen van een peilbaken, en of het gebruik van printlijsten als bewijs toelaatbaar was zonder dat de inhoud aan verdachte was medegedeeld.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet buiten zijn rechtsmacht was getreden en dat de middelen niet tot cassatie konden leiden. Er was geen aanleiding tot nadere motivering omdat de rechtsvragen niet in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling hoefden te worden beantwoord.

Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof Amsterdam werd bekrachtigd. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 25 juni 2019.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte voor medeplegen van poging tot moord.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/02249
Datum25 juni 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 4 mei 2018, nummer 23/001931-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.N. de Jonge, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Procureur-Generaal J. Silvis heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
25 juni 2019.