ECLI:NL:HR:2019:1055
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag loonheffingen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was geconfronteerd met een naheffingsaanslag in de loonheffingen over de periode van 27 januari 2014 tot en met 31 december 2014. Na een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant en een bevestigend hoger beroep van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld, maar geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, was geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende op te leggen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2019.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.