ECLI:NL:HR:2019:1133
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verhoogt vergoeding immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn belastingzaak
Belanghebbende voerde beroep in cassatie aan tegen het arrest van het Hof Arnhem-Leeuwarden inzake vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in een belastingprocedure.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte had geoordeeld over de verknochtheid van zaken en de vergoeding van wettelijke rente over het griffierecht. De Hoge Raad stelde vast dat belanghebbende recht heeft op wettelijke rente vanaf vier weken na de uitspraak van het Hof over het griffierecht.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof voor zover het de immateriële schadevergoeding en de rente betreft en verhoogde de vergoeding tot in totaal €2.000. Tevens werd de vergoeding van griffierecht en de bijbehorende rente toegewezen.
De Staatssecretaris van Financiën en de Staat werden veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende. Hiermee werd de redelijke termijn overschrijding erkend en financieel gecompenseerd.
Uitkomst: De Hoge Raad verhoogt de immateriële schadevergoeding tot €2.000 en wijst wettelijke rente en griffierechtvergoeding toe.