ECLI:NL:HR:2019:1134
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verhoogt vergoeding immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn en bepaalt rentevergoeding griffierecht
Belanghebbende had een verzoek ingediend om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in bestuursrechtelijke procedures tegen de Staatssecretaris van Financiën. Het hof had een lagere schadevergoeding vastgesteld en geweigerd rente te vergoeden over het griffierecht.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte geen rentevergoeding toekende over het griffierecht en dat de redelijke termijn overschreden is, waardoor de vergoeding voor immateriële schade moet worden verhoogd tot €1.500. Tevens stelt de Hoge Raad dat wettelijke rente verschuldigd is over de schadebedragen en het griffierecht vanaf vier weken na de betreffende uitspraakdata.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor zover het de vergoeding van immateriële schade en rente betreft en doet de zaak zelf af. Daarnaast veroordeelt de Hoge Raad de Staat in de proceskosten van belanghebbende voor het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad verhoogt de vergoeding immateriële schade tot €1.500 en bepaalt wettelijke rente over griffierecht en schadebedragen.