ECLI:NL:HR:2019:1138

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juli 2019
Publicatiedatum
8 juli 2019
Zaaknummer
19/00293
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 21.2 EVIG
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen overname tenuitvoerlegging Belgische gevangenisstraf wegens medeplegen invoer hasj

De zaak betreft een verzoek van België tot overname van de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf van 8 jaar die aan de veroordeelde in België is opgelegd wegens medeplegen van de invoer van een grote hoeveelheid hasj en het leiding geven aan een criminele organisatie. De veroordeelde betwistte de overname van de strafuitvoering in Nederland en stelde onder meer dat de Belgische uitspraak in hoger beroep als een verstekvonnis moest worden aangemerkt omdat het hoger beroep niet door hem of zijn gemachtigde raadsman was ingesteld, maar door een raadsman die daartoe door zijn zoon was gemachtigd.

De Hoge Raad oordeelde dat deze middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de rechtsvragen niet in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling hoefden te worden beantwoord. Het beroep werd verworpen en de overname van de strafuitvoering werd bevestigd.

Het arrest werd gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, en uitgesproken op 9 juli 2019.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de overname van de tenuitvoerlegging van de Belgische gevangenisstraf.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/00293
Datum9 juli 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 20 december 2018, nummer RK 18/2545, omtrent een verzoek van het Koninkrijk België, tot overname van de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing
tegen
[veroordeelde] , geboren te [geboorteplaats] in het jaar 1958,
hierna: de veroordeelde.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de veroordeelde. Namens deze heeft T.E. Korff, advocaat te Amsterdam-Duivendrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 juli 2019.