Conclusie
eerste middelklaagt over het oordeel van de rechtbank dat het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen niet kan worden aangemerkt als een verstekvonnis als bedoeld in artikel 21, tweede lid, Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen (hierna: EVIG). Hierdoor heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat verlof kan worden verleend zonder dat het arrest aan de veroordeelde is betekend overeenkomstig het bepaalde in artikel 45 WOTS Pro.
tweede middelklaagt over de kwalificatie door de rechtbank van de door de Belgische rechter bewezenverklaarde feiten naar Nederlands recht als deelneming aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr Pro.
[…]
derde middelklaagt over de motivering van de opgelegde straf die “onbegrijpelijk” zou zijn waardoor de strafoplegging “onvoldoende met redenen omkleed” is. De rechtbank zou er bij het bepalen van de op te leggen straf ten onrechte rekening mee hebben gehouden dat de veroordeelde zich na het onherroepelijk worden van zijn veroordeling niet in België heeft gemeld voor het uitzitten van zijn straf en evenmin zelf actie heeft ondernomen om tot omzetting van zijn straf te komen.
Afsluiting […]
17-10-2016
Persoon onvindbaar”.