ECLI:NL:HR:2019:1177
Hoge Raad
- Cassatie
- G. de Groot
- J.A.C.A. Overgaauw
- J. Wortel
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- P.A.G.M. Cools
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat storting op derdenrekening notaris niet leidt tot vermogensverlies voor belastinggrondslag box 3
De zaak betreft een geschil over de fiscale behandeling van een storting van € 1.500.000 op een derdenrekening van een notaris, gedaan door de erflater bij de oprichting van een besloten vennootschap. De vraag was of dit bedrag in 2013 nog tot het vermogen van de erflater behoorde en daarmee in de rendementsgrondslag van box 3 moest worden betrokken.
Het Hof 's-Hertogenbosch oordeelde dat het bedrag op de derdenrekening niet het vermogen van de erflater had verlaten op 1 januari 2013, omdat geen afdwingbare verplichting tot agiostorting bestond en de erflater als rechthebbende moest worden beschouwd. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van de erfgenamen.
De Hoge Raad benadrukte dat de notaris slechts beheerder is van de derdenrekening en dat storting op deze rekening niet automatisch betekent dat het vermogen is overgedragen. Ook het ontbreken van een verplichting tot agiostorting in de oprichtingsakte of statuten was van belang. Het arrest bevestigt de fiscale kwalificatie van dergelijke stortingen en de toepassing van artikel 5.2 en 3.92 Wet IB 2001.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat het op de derdenrekening gestorte bedrag tot het vermogen van de erflater behoort.