Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep
4.Beslissing
19 juli 2019.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Partijen waren gehuwd en gescheiden in 2013. De rechtbank had de verdeling van de huwelijksgemeenschap vastgesteld waarbij de man een bedrag aan de vrouw moest betalen wegens overbedeling. Het hof vernietigde deze beschikking en bepaalde dat de vrouw een bedrag aan de man moest voldoen.
De vrouw verzocht het hof om herroeping van de beschikking wegens bedrog door de man met betrekking tot inboedelgoederen. Het hof stelde vast dat de man valsheid in geschrifte had gepleegd en heropende de procedure gedeeltelijk. Vervolgens veroordeelde het hof de man tot betaling van € 10.000 aan de vrouw.
De man stelde cassatieberoep in tegen de heropening en de daaropvolgende beschikking. De Hoge Raad oordeelde dat cassatieberoep tegen de heropening niet tijdig was ingesteld en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Het beroep tegen de beschikking in het heropende geding werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep tegen de heropening niet-ontvankelijk en verwerpt het beroep tegen de beschikking in het heropende geding.