ECLI:NL:HR:2019:1244

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 juli 2019
Publicatiedatum
18 juli 2019
Zaaknummer
18/02025
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling omvang rechtsstrijd na cassatie en verwijzing in civiele zaak

In deze civiele zaak heeft eiser beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof. De Hoge Raad verwijst naar eerdere arresten over de omvang van de rechtsstrijd na cassatie en verwijzing, met name de arresten van 5 oktober 2012 en 23 december 2016. De klachten van eiser zijn niet ontvankelijk voor cassatie omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de Hoge Raad het beroep eveneens verwerpt. Daarnaast wordt eiser veroordeeld in de kosten van het geding, begroot op een totaal van €3.065,34, te vermeerderen met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.

Het arrest is gewezen door de vicepresident als voorzitter en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken door de vicepresident. Hiermee bevestigt de Hoge Raad de lijn van eerdere jurisprudentie zonder inhoudelijke motivering van de klachten.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer18/02025
Datum19 juli 2019
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats], Bondsrepubliek Duitsland,
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: mr. S.F. Sagel,
tegen
BASF NEDERLAND B.V., rechtsopvolgster van Beheer- en Beleggingsmaatschappij Grapofex B.V.,
gevestigd te Arnhem,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: BASF,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
a. zijn arrest in de zaak 11/00249, ECLI:NL:HR:2012:BV6698, van 5 oktober 2012 en zijn arrest in de zaak 15/04401, ECLI:NL:HR:2016:2995, van 23 december 2016;
b. de arresten in de zaak 200.209.786/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 22 augustus 2017 en 13 februari 2018.
[eiser] heeft tegen het arrest van het gerechtshof van 13 februari 2018 beroep in cassatie ingesteld. BASF heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor BASF toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van BASF begroot op € 865,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de vicepresident E.J. Numann op
19 juli 2019.