Uitspraak
wonende te [woonplaats], Duitsland,
gevestigd te Arnhem,
1.Het geding
2.Het tweede geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
23 december 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil tussen eiser, voormalig directeur-grootaandeelhouder van Grapofex, en BASF Nederland, rechtsopvolger van Grapofex, over pensioenverplichtingen voortvloeiend uit arbeidsovereenkomsten en een koopovereenkomst. Eiser vordert nakoming van pensioenpremies en backserviceverplichtingen over de periode 1984-2004.
De rechtbank en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wezen de vorderingen deels toe en deels af. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof vanwege een onjuiste uitleg van de bewijskracht van een aanvullende arbeidsovereenkomst en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.
In het tweede cassatieberoep oordeelt de Hoge Raad dat het verwijzingshof onbegrijpelijk heeft geoordeeld over de betekenis van de koopovereenkomst en aanvullende arbeidsovereenkomst. De Hoge Raad vernietigt de arresten van het verwijzingshof en verwijst de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing. BASF wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de arresten en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling.