ECLI:NL:HR:2019:1253
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J. Koopman
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1999
Belanghebbende uit België maakte bezwaar tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 1999. Na eerdere vernietiging en verwijzing door de Hoge Raad werd de zaak opnieuw behandeld door het Gerechtshof Amsterdam, dat de aanslag handhaafde.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, die de middelen van het cassatieberoep beoordeelde. De Hoge Raad verwierp de middelen op dezelfde gronden als in een gelijktijdig arrest over een vergelijkbare zaak tussen dezelfde partijen.
De Hoge Raad oordeelde dat het toepasselijke belastingverdrag Nederland-België van 19 oktober 1970 geen aanleiding gaf tot vernietiging van het hofvonnis. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2019.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het hofvonnis blijft in stand.