Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDER in cassatie,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
19 juli 2019.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Betrokkene stelde cassatie in tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam waarin een voorwaardelijke machtiging op grond van de Wet Bopz werd verleend. De mondelinge behandeling vond plaats voor een enkelvoudig rechter, maar de uiteindelijke beschikking werd door een meervoudige kamer gegeven.
De Hoge Raad oordeelde dat volgens de geldende rechtspraak, waaronder recente uitspraken van 2014 en 2017, als een meervoudige kamer beslist, de mondelinge behandeling in principe ook door die meervoudige kamer moet plaatsvinden. Een uitzondering is mogelijk wanneer de enkelvoudige kamer de zaak behandelt, mits partijen de mogelijkheid wordt geboden om een hernieuwde behandeling door de meervoudige kamer te verzoeken.
In deze zaak bleek niet dat betrokkene deze mogelijkheid was geboden of dat hij hierop had afgezien. De mededeling dat de beschikking meervoudig zou worden gewezen volstaat niet. Daarom werd de beschikking vernietigd en de zaak terugverwezen voor verdere behandeling en beslissing door de rechtbank.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling waarbij betrokkene door de meervoudige kamer moet worden gehoord.