Betrokkene was opgenomen op grond van een voorlopige machtiging die op 30 april 2018 verliep. De rechtbank verleende op 13 april 2018 een machtiging tot voortgezet verblijf tot 12 augustus 2018, die betrokkene in cassatie aanvocht. Tijdens het cassatieberoep verleende de rechtbank op 17 augustus 2018 een nieuwe machtiging tot 12 augustus 2019, die onherroepelijk werd.
De Hoge Raad vernietigde de beschikking van 13 april 2018 wegens onvoldoende motivering omtrent de diagnose schizofrenie en het gevaar voor de samenleving. Na verwijzing verleende de rechtbank op 5 november 2018 opnieuw een machtiging tot 12 augustus 2018, waarbij werd geoordeeld dat toetsing ex nunc niet nodig was omdat een latere machtiging onherroepelijk was geworden.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de mondelinge behandeling enkelvoudig had gehouden terwijl de beslissing meervoudig werd genomen, zonder betrokkene de mogelijkheid te bieden om een meervoudige behandeling te verzoeken. Ook bevestigde de Hoge Raad dat in beginsel bij hernieuwde beslissing ex nunc moet worden getoetst, tenzij een latere machtiging onherroepelijk is geworden. De beschikking van 5 november 2018 werd vernietigd en de zaak terugverwezen.