ECLI:NL:HR:2019:1325
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake kwijtschelding waterschapsbelastingen 2015
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 15 januari 2019, waarin het hoger beroep tegen de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam werd behandeld. Het geschil betrof het verzoek van belanghebbende om kwijtschelding van de aanslag waterschapsbelastingen over het jaar 2015.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld, maar deze bleken niet tot cassatie te kunnen leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was nadere motivering niet vereist, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het beroep in cassatie werd daarom ongegrond verklaard. Het arrest werd gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter en de raadsheren J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2019.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Den Haag bevestigd.