ECLI:NL:HR:2019:1327
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake kwijtscheldingsbeschikking vastgoedheffing
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 15 januari 2019, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam betreffende een kwijtscheldingsbeschikking door de invorderingsambtenaar van het Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling werd behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot cassatie. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, was nadere motivering niet vereist omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad heeft tevens besloten geen proceskosten aan belanghebbende toe te kennen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is uitgesproken door de vice-president G. de Groot als voorzitter en de raadsheren J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren op 13 september 2019.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.