ECLI:NL:HR:2019:1345

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 september 2019
Publicatiedatum
16 september 2019
Zaaknummer
18/01485
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 94a SvArt. 552a Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen afwijzing aanhoudingsverzoek conservatoir beslag in witwasonderzoek

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de Rechtbank Rotterdam waarin een klaagschrift over conservatoir beslag op woning, bankrekeningen, auto's en geldbedragen werd behandeld. De klager was verdachte in een strafrechtelijk onderzoek wegens (gewoonte)witwassen.

Tijdens de raadkamerbehandeling werd een aanhoudingsverzoek van de raadsman van de klager afgewezen. Dit verzoek betrof het verkrijgen van inzage in door de OvJ doorgestuurde stukken zoals exploten, bevelen en proces-verbalen die betrekking hadden op het conservatoir beslag. De rechtbank oordeelde dat de raadsman al eerder stukken had ontvangen en dus bekend zou moeten zijn met de inhoud.

De Hoge Raad oordeelde dat het middel van cassatie niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd derhalve verworpen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep tegen de afwijzing van het aanhoudingsverzoek.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/01485
Datum17 september 2019
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Rotterdam van 22 maart 2018, nummer RK 18/224, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1950,
hierna: de klager.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
17 september 2019.