ECLI:NL:HR:2019:1353

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 oktober 2019
Publicatiedatum
16 september 2019
Zaaknummer
18/00360
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 420quater Sr
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak schuldwitwassen wegens verschil in bewijsbedrag

De Hoge Raad heeft op 1 oktober 2019 het cassatieberoep van verdachte verworpen in een strafzaak over schuldwitwassen, gepleegd in meervoudige gevallen. Het beroep richtte zich op een vermeend verschil tussen het bedrag van een contante geldstorting zoals vermeld in de bewijsoverweging en het bedrag opgenomen in het bewijsstuk.

Het hof 's-Hertogenbosch had verdachte eerder veroordeeld, en het cassatieberoep werd ingesteld door de verdachte met ondersteuning van zijn advocaten. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat er geen noodzaak was tot nadere motivering, omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd daarom verworpen.

De uitspraak bevestigt de eerdere beslissingen en benadrukt het belang van art. 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering bij de beoordeling van cassatiemiddelen die geen wezenlijke rechtsvragen bevatten.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/00360
Datum1 oktober 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 14 december 2017, nummer 20/003800-13, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben L.P.H. Hameleers en J.W. Heemskerk, beiden advocaat te Roermond, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
1 oktober 2019.