Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
17 september 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in een strafzaak over poging diefstal met verbreking, zoals bedoeld in artikel 311, lid 1, sub 5 Sr. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting nam de griffier telefonisch contact op met verschillende raadsheren van de verdachte, die niet verschenen was. Deze raadsheren verwezen elkaar door, waarbij de laatste aangaf niet van de zaak op de hoogte te zijn.
De kernvraag was of aan de griffier mondeling een aanhoudingsverzoek was gedaan en of het hof ambtshalve een plicht had om het onderzoek aan te houden. De Hoge Raad oordeelde dat het middel van cassatie niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat het middel geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriep.
De Hoge Raad verwierp het beroep van de verdachte en bevestigde daarmee het arrest van het hof. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, tijdens een openbare terechtzitting op 17 september 2019.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof in de zaak poging diefstal met verbreking.