ECLI:NL:HR:2019:1367
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen en boetebeschikkingen
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag dat het hoger beroep behandelde over de aanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen, inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet, boetebeschikkingen en heffings- en belastingrente over de jaren 2011 tot en met 2013.
De Hoge Raad beoordeelde de klachten van belanghebbende, maar vond deze niet voldoende om tot cassatie te leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, was geen nadere motivering vereist omdat de klachten niet leidden tot rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd gewezen door vice-president G. de Groot als voorzitter en raadsheren M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools, en in het openbaar uitgesproken op 20 september 2019.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.