ECLI:NL:HR:2019:1369
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelasting 2011
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 30 november 2018, waarin het hoger beroep tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag over de aanslag inkomstenbelasting, boetebeschikking en heffingsrente voor het jaar 2011 werd behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie is geen nadere motivering vereist, omdat de klachten geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter en raadsheren M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools, en in het openbaar uitgesproken op 20 september 2019.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.