ECLI:NL:HR:2019:1374
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslag en boetebeschikking 2013
Belanghebbende was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over de aanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over het jaar 2013, inclusief een boetebeschikking en belastingrente.
Na uitspraak van de Rechtbank Den Haag en het Gerechtshof Den Haag stelde belanghebbende beroep in cassatie in tegen het hofarrest. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden.
Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering vereist omdat de klachten niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaakten.
De Hoge Raad wees het beroep in cassatie af en zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren op 20 september 2019.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard zonder toewijzing.