ECLI:NL:HR:2019:1384
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende, woonachtig in Marokko, had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep inzake een besluit van de Sociale Verzekeringsbank op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW).
De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende op 1 juni 2019 bij aangetekende brief op de verplichting tot betaling van het griffierecht binnen vier weken. Deze betaling bleef uit. Vervolgens ontving belanghebbende op 2 juli 2019 opnieuw een aangetekende brief met de mogelijkheid om een verklaring te geven voor het niet tijdig voldoen van het griffierecht.
De door belanghebbende aangevoerde redenen in brieven van 15 juli 2019 boden geen grond om het verzuim te rechtvaardigen. Daarom oordeelde de Hoge Raad dat het beroep in cassatie niet-ontvankelijk is op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten aan belanghebbende op te leggen en sprak het arrest uit op 20 september 2019, gewezen door raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.